Bestijg de trein nooit zonder uw valies met dromen
- outstanders
- Aug 13, 2018
- 3 min read
Mooi hé? Dit komt uit een gedicht van Jan van Nijlen. Ik ken deze beste man ook pas een half uur. Ik wilde gaan stofzuigen. Maar niet zomaar even stofzuigen. Ik stond met één voet op de zuiger. En met mijn beide handen trok ik met veel geweld de kabel uit de doos. Ik voelde me alsof ik Napoleon was die zijn zwaard uit zijn zwaardhouder trok en te paard ging. Ik bestijgerde (en dat is dus helaas geen woord) als het ware de stofzuiger. Ik Googlede daarna het woord bestijgeren, en toen kwam ik bij Jan. Deze eerste alinea klinkt erg kinky, maar geloof me: ik denk dat mijn 90-jarige buurman ook erg genoten heeft mijn versie van de Slag om Waterloo. Alles moest schoon. De dood of de gladiolen.
De vloer is weer klaar om te buikglijden. Nu de rest nog. Operatie keuken. De geur van oude Tequila in combinatie met woksaus en een gootsteen waar al weken niet meer naar om is gekeken doe ik niemand aan. Ik ben ook echt zo iemand die dan na een jaar denkt: goh, misschien moet ik het druiprek ook een keer schoonmaken. Ja, of gewoon een nieuwe kopen. Maar hallo, ik ben een Nederlander. Als iets het nog doet, dan doet het het nog. En ik geef liever geen geld uit aan afdruiprekken. Ik kom gewoonweg niet uit die tijd dat ik er ook maar 1 fractie van een seconde aan denk om dat in mijn boodschappenlijst-gedachte te zetten. Daarna dacht ik dat het ook wel slim was om mijn koelkast een keer grondig te inspecteren en die cranberrysap van de blaasontsteking van maanden terug ook maar een keer weg te knallen. (Geef toe, niemand drinkt cranberrysap voor zijn plezier). Zelfs de straat keek trouwens op van mijn schoonmaakaanval. Ik liep met een rode blos naar buiten. De vuilniszakken droeg ik als gewonde soldaten op mijn rug. Van mijn muzikale buurman op de hoek kreeg ik een positieve knik: ”lekker bezig”. Maar, van binnen wist ik: deze strijd is nog lang niet gestreden.
De zomer heeft mijn kamer namelijk echt een grote klap gegeven. Overal, echt overal, wilde ik de afgelopen weken liever zijn dan op deze 18 vierkante meter. Ik heb deze ruimte en alles er in ook even hard laten stikken. En ik weet niet of deze relatie nog ooit goed komt. Ik heb na, ik denk wel 6 maanden, weer eens een cd opgezet en ik werd meteen overladen met een stofregen. Mijn keel was na mijn Sziget-vakantie al niet echt geschrapen, maar nu heb ik zo’n zand-strot dat ik er even bij ben gaan zitten en de meest depressieve cd van Anthony and the Johnsons heb opgezet. En sindsdien zit ik eigenlijk al een tijdje voor me uit te staren en naar het geroezemoes van de Vijfhoek te luisteren. Het is bijna 9 uur. Ik kijk naar mijn plak-tattoo op m’n rechter bovenarm die ik een paar dagen terug door een mede-festivalganger heb goedgekeurd. ”Born to lead”, staat erop. Ik heb nog niet echt goed de tijd genomen om deze er af te krassen. Ik kijk naar mijn sneakers, die nog dringend een handwas nodig hebben. Ik kijk naar mijn gitaar, die al tijden geen aandacht meer heeft gekregen. Mijn ananasplant, die smeekt om water. En de boodschappen, die ik een paar uur geleden nog nodig had, maar waar ik nu al geen trek meer in heb.
Maar weetje,
Het hoeft ook niet allemaal vandaag..
Comments