Hakuna your tatas
- outstanders
- Mar 29, 2014
- 2 min read
Ik weet niet hoe ADHD patiënten druk ervaren maar ik voelde me vandaag alsof 38 kinderen in mijn hoofd Tien Tellen in de Rimboe aan het spelen waren. Mijn hersenen namen de rol over van een klimrek of iets waar kotskinderen graag met zijn allen in gaan hangen en er alleen maar uitkomen wanneer zij daar behoefte aan hebben. Mijn logische verstand had de taak deze kinderen onder controle te houden. Om ze te vragen of ze wilden kappen met deze onzin. Het speelkwartier was immers al over sinds mijn vertrek naar de middelbare.
Vandaag wilde ik een kopje kapot gooien. Porselein, het liefst. Zo’n duur kopje wat altijd zo mooi en trots achter in het keukenkastje staat. Zo’n kopje wat je eigenlijk nooit gebruikt, te spijtig als het zich zou verspreiden in duizend stukken op de betegelde keukenvloer. Zo’n kopje had vandaag van mijn part mogen sterven. De agressiviteit was het waard geweest. De knal zou klinken als overwinning. Woede en razernij waren aan de winnende rechterhand die het koningskopje met een ongekende kracht en snelheid zou laten kletsen op de dodelijke afgrond.
Ik was boos. Ontzettend boos vandaag. Zo boos dat ik hoopte dat iemand thuis zou komen zodat ik hij of zij mijn boosheid kon wensen. Zo boos dat, toen er daadwerkelijk iemand thuiskwam, ik er uiteindelijk ontzettend de pest in had dat ik hem mijn boosheid had gewenst. Zo boos dat ik op zoek was naar dat ene kutkopje maar uiteindelijk naar buiten ben gelopen met de, ik kon door mijn kwaadheid even niets anders veilig vinden, allerlelijkste blauwe gympen die er ooit zijn ontworpen en deze met een duffe slag in het gras heb gegooid. Zelfs voor een curlingfilm zou het niet genoeg actie zijn geweest.
En daar stond ik, in de achtertuin. Ik keek naar links en ik zag Speedy vanuit zijn hok naar me kijken. Hij zou degene moeten zijn die stampend de Avensteinstraat wakker brult. Hij zit daar maar, in een hok, wachtend tot ie wat te eten krijgt. Als Speedy zou kunnen praten zou die me echt allang doof hebben gescholden. Ik weet dat hij, wanneer hij een mens zou zijn, me zou haten. Het zou de lul van de school zijn die salami naar me zou gooien. Maar nu hadden we even een soort van contact. Hij keek alsof ie wilde zeggen: Lian. Er is meer in het leven dan een Windows Live Movie Maker die het even niet doet. Hakuna Your Fucking Tatas.
En hij had helemaal gelijk. Nu, 22.10. De Taliban is verdwenen, ik zit aan een kop thee met honing en krijg ik een blote billen boogie foto van Salim. Ik voel me, hoe dan ook, lichtelijk geëntertaind. Het leven kan verschrikkelijk, maar ook zo verschrikkelijk gemakkelijk zijn.
Comments